Bitter in de mond…

Het is nog vroeg in het voorjaar als een excursiegroepje door De Parkse Gaard trekt om de eerste groeiende eetbaar kruiden te spotten. Er blijkt al keus te over aan deze spontaan opgekomen, niet gekweekte planten. Herborist Paula van Lingen ziet weegbree, dovenetel, paardenbloem, hondsdraf, brandnetel, muur, kleine veldkers, en nog meer. Het is er allemaal al! Wie zou dit onkruiden durven noemen?

Paula eet zelf iedere dag wel iets van wat in haar tuin aan kruiden groeit. Deze wilde planten hebben stofjes in zich die in gekochte groentes er vaak uit gekweekt zijn. Omdat ze te bitter worden gevonden of om een andere reden niet gewenst zijn. Ze legt uit dat deze ‘secundaire inhoudstoffen’ juist belangrijk zijn voor de gezondheid en weerbaarheid van een mens. ‘Het lijkt erop dat stoffen die een plant helpen om te gaan met stress, nuttig kunnen zijn voor de mens’. Stress bij een plant komt door een bedreiging zoals bijvoorbeeld vraat door dieren. Een bittere stof weerhoudt dieren van de bladeren te eten. Stoffen die in grote hoeveelheid schadelijk zijn, zetten in heel kleine hoeveelheden het menselijk lichaam aan tot reiniging, om ervan af te komen. Dus de les is: bitter in de mond maakt het lijf gezond. Het oorspronkelijke gezegde heeft het over een gezond hart, maar het gaat wel om meer dan het hart.

Paula laat een pesto proeven, zoals zij die vaak maakt voor zichzelf: wat bladeren van het seizoen plukken uit de tuin, beetje kaas, noten of zaden en olie erbij, de staafmixer erop en klaar. Zo makkelijk kan het zijn, smakelijk en gezond.

Hondsdraf (Glechoma hederacea).

Informatiebordjes

Drie informatiebordjes zijn geplaatst langs het Klompenpad dat van voor naar achter door De Parkse Gaard loopt. Voor wandelaars die iets willen weten over waar ze doorheen lopen. De QR code die erop staat, komt uit op de startpagina van de website, met meer  nieuws over de ontwikkelingen in de Gaard.

Wie lust hier mossels?

Lege schelpen van een zoetwatermossel, de zwanenmossel is meest voorkomende soort, vinden we in de wintermaanden regelmatig in De Parkse Gaard, voornamelijk langs de paden.

Welk dier gebruikt het voedselbos voor een voedzaam maaltje?

Het zou goed een rat kunnen zijn. Die krijgt zo’n opeengeklemde schelp wel open. Aan de rand is een knaagspoor te zien dat een kier maakte in de schelp. De sterke sluitspieren van de mossel helpen niet meer en de maaltijd is bereikbaar. We zien rattenholen in de geul, dus dat ze hier leven was al duidelijk.

De mosselschelpen zijn ongetwijfeld afkomstig uit de grote watergang naast ons.

Zo weten we meteen dat de waterkwaliteit daarvan goed is, anders zou de zoetwatermossel er niet overleven. De mossel in de schelp laat aan de ene kant water binnen, haalt daar de bruikbare voedingsstoffen uit en pers het aan de andere kant weer naar buiten. Dat is tevens dé manier om zich een stukje te verplaatsen in de modder van de watergang.

‘Of je bos lust’

Schrijfster Marijn van Klingeren signeerde haar voedselboskookboek Óf je nog bos lust’ in de voedselboswinkel van Manon Botha in Oosterbeek. In de recepten komen planten voor die in ons bos groeien, en die deels wij leveren aan de voedselboswinkel, maar die ook elders makkelijk te vinden of te koop zijn. Kardoen of dagleliewortel kom je nou nooit tegen in een ‘gewoon’ kookboek. Hierin wel, in niet ingewikkelde recepten.

Voedselbossen, een voedselboswinkel, een voedselboskookboek, de reikwijdte van de voedselteelt  van meerjarige gewassen, in natuurlijke, biodiverse omgeving neemt toe!

 Bramen-meditatie

Door de riante stikstofneerslag in Nederland hebben wij twee keuzes: óf de dauwbraam terugdringen óf een ondoordringbaar voedselbos laten ontstaan. De dauwbraam doet het namelijk heel goed op een stikstofmenu en onze natte klei. Hoe gaat dat in zijn werk:

Een ervaringsverslag:

‘Het ging in vier fases:

  1. We werken van het pad af
  2. Het schiet totaal niet op, heeft dit wel zin?
  3. …..… [geen gedachten, zen-momentje]
  4. Goh, deze ranken leiden allemaal terug naar het punt waar we begonnen!’

(Ben)