Winterrust

Winterrust? Jazeker, hoeveel tientallen, honderden of, misschien wel meer, insecten overwinteren nu in alle rust in De Parkse Gaard? En waar dan wel?

In de hopen kale takken, afgestorven planten, bladeren op de grond, onder kieren en los schors van boomstammen is meer leven aanwezig dan het lijkt. Overal verborgen wachten insecten, ook als larven of eitjes, het voorjaar af. Ook de kale holle stengels van bijvoorbeeld berenklauw die overal overeind staan, of geknakt liggen, kunnen dienen als overwinterplek.  Het is er droog en warm, zeker als de diertjes op een kluitje zitten.

In het najaar hebben pissebedden, lieveheersbeestjes, solitaire bijen en tal van andere insectjes zich in een stengel binnen gewerkt door een gaatje te bijten of te boren.  Sommige, zoals bijen, maken de opening dicht met klei.

Omdat in alle beschutte plekjes insecten en andere dieren kunnen overwinteren is het dus belangrijk die met rust te laten, want het is winterrust. Liefst ook in een tuin.

Op de foto’s  enkele stengels die ik afgelopen voorjaar openmaakte. Veel poepjes van vertrokken overwinteraars en nog enkele miljoenpoten.

Bessentijd

We vinden het leuk dat we onze zwarte en rode bessen kunnen leveren aan restaurant Food Via in Arnhem. Met een ploegje de struiken in om te plukken en even later waren ze in de keuken van het restaurant aan de Markt in Arnhem. Zij hebben een twee-wekelijks wisselend menu, gebaseerd op lokaal geteeld voedsel. Onze bessen vormen daar nu onderdeel van. Om te smullen!!!

Uitgevlogen

Opnieuw vlogen jonge torenvalkjes uit onze nestkast de wereld in. Drie stuks dit jaar. Sinds de kast op hoge paal is opgericht in 2017 worden er ieder jaar drie tot zes valkjes uitgebroed en grootgebracht. Daar draagt de muizenpopulatie in De Parkse Gaard aan bij.

.Op de, niet al te goede, foto bekijkt de lichting van dit jaar de wereld veilige gepamperd door de ouders, die hen nu ze rondzwerven, nog een tijdje zullen bijvoeden. Daarna zoeken ze verder op hun eigen plek.

Waar ze ook terechtkomen, ze zullen bidden voor hun eten. Het aantal torenvalken neemt sterk af, maar ze zijn altijd herkenbaar. Die stil in de lucht hangende roofvogel, dát is een torenvalk. Door heel snelle vleugelslag en sturing met de staart, houden ze de ogen stil op dezelfde plek om secuur de bodem af te speuren naar muizen.

De SOVON vraagt door te geven als iemand torenvalken biddend ziet hangen langs een autoweg, om hun aantallen beter te weten. Juist langs wegen schijnen ze hun muizen te vinden. Misschien omdat dat geen intensief agrarisch gebruikte grond is? Dat is onze grond en veel van het omringend gebied ook niet, dus de oudervalken zien we hopelijk nog vaak terug.

.

Spinsels

Wie zag ooit een stippelmot?  Ik niet, wat heel goed kan komen doordat het nachtvlindertjes zijn. Maar hun bestaan is voor iedereen goed zichtbaar dankzij de jonkies. Die kunnen de boom of struik waarin ze opgroeien compleet inkapselen in hun spinsels. Tussen het frisse lentegroen staan dan grauwe spookbomen.

Het niet ver van ons vandaan gelegen Speelbos bouwden ze deels om tot spookbos, met name de vogelkersstippelmot nam de vogelkers flink te pakken. In De Parkse Gaard zien we de spinsels van de appelstippelmot, die wat bescheidener bleef, dit jaar in ieder geval.

Het verschil tussen de diverse soorten stippelmot, ook spinselmot genoemd, is moeilijk te zien. Ze zijn allemaal 1 tot 2 cm klein en teer met zwarte stipjes op witte vleugeltjes. Er zijn er vast heel veel van want er kruipen ook heel veel rupsjes rond die de boom of struik kaalvreten, veilig binnen in het spinselweb. Maar ook erbuiten. Daar zijn ze een prooi voor vogels die hun jongen op het nest graag heel veel kleine rupsjes voeren.  

Wanneer de rupsjes zich groot gegeten hebben, verpoppen ze zich in een cocon van hun eigen witte spinsel. Dit gebeurt ongeveer nu, begin juni. De witte staafjes zijn zichtbaar in het spinsel waar ook nog rupsjes rondkruipen, tussen heel veel zwarte poepjes. Sommige rupsjes hangen al in positie, klaar om zich in te spinnen.

De bladeren groeien, zo vroeg in de zomer, weer uit en er is al snel niets meer te zien van de geleden schade. Wel hopen we dat de kleine appels die ingesponnen waren, ook kans zien om door te groeien.

We denken erover vogelhokjes op te hangen. Vogels vinden bij onze poel, in de houtrillen en tussen de bodem bedekkende begroeiing vast veel insecten voor hun jonkies. Maar wat hulp bij huisvesting in ons jonge bos kunnen ze misschien wel gebruiken, zo vlak bij al die lekkere rupsjes.

De groe(n)ten van Hof Bredelaar

Op een open dag in april laat Hof Bredelaar zien wat voor prachtige voedseltuin het in enkele jaren tijd is geworden. Beheerster Floor vertelt over hoe op regeneratieve manier in de eerste plaats de kwaliteit van de grond wordt verbeterd. Gezonde grond levert gezonde gewassen.

Op delen is de bodem is afgedekt met stro, biologisch stro is niet makkelijk te vinden, en ook met dikke plukken schapenwol. Dat zou helpen tegen slakken en hield ook de dahliaknollen in de winter warm zonder ze uit de grond te moeten halen. Het is vaak experimenteren wat ze doet om uit te vinden wat het beste werkt om de bodemkwaliteit op te bouwen, een kenmerk van regeneratieve landbouw.

Behalve percelen met tal van groentes voor abonnementhouders die hier straks weer wekelijks hun portie groente komen oogsten, zijn er ook stukken waar straks bloemen bloeien. Om een gifvrij boeket te plukken!

Hof Bredelaar is een voorbeeld van de projecten die in Park Lingezegen bezig zijn met uitproberen van andere manieren van voedselteelt. Een manier die uitgaat van de mogelijkheden en kracht die de natuur biedt.

Op het uitgebreide picknickbuffet staan veel lekkere hapjes. En ook best wel lekker sappen, al zeg ik het zelf, afkomstig uit De Parkse Gaard.

Van oogst die we niet snel kunnen verkopen maken we sap of fruitleer. De voorraad sap van het afgelopen jaar is nu mooi op. We verkopen het liefst vers aan lokale restaurants, catering of verwerkers. Als we niet snel een afnemer vinden, kunnen we door gebrek aan vriesruimte het fruit niet bewaren en  verwerken we het dus zelf.