Larven

We hebben er weer enkele voor ons nieuwe insecten in het voedselbos .

De ene is de akkerdistelgalboorvlieg. Bewust heb ik er nog nooit een gezien, maar de gal wel. Dit dikke ‘gezwel’ aan de distelstengel wordt gevormd door de plant zelf om de eitjes heen.

De larfjes die er in groeien vliegen pas komende zomer rond als vliegjes van een halve centimeter groot. Die zie je niet snel ook al zijn ze onwaarschijnlijk mooi, zoals veel insecten als je ze goed bekijkt. Ze komen overal in Nederland voor. De gal is een natuurlijke afremmer van de groei van distels, die wel eens dominant willen worden,  want ze kosten de plant energie. Bovendien bieden ze vogels in de winter voedsel. Niet elk larfje zal het redden om een vliegje te worden.

Een andere larf die deze zomer opdook, is de pruimenmot. In de wat later rijpende pruimen zaten ze volop. Landelijk schijnt het een goed jaar te zijn voor deze mot. Ook dit insect ken ik alleen als larf maar het motje zelf onderscheidt  zich volgens foto’s niet van veel andere grauwe motjes. We hopen dat de vogels deze larfjes zullen weten te vinden, en ruimen de gevallen pruimen op om de levenscyclus te doorbreken.

Een toename van de biodiversiteit, van meer levende soorten, is belangrijk. Het helpt een evenwichtiger natuurlijk systeem te krijgen, waaraan we zelf ook een beetje meewerken.

Akkerdistelgal

Eieren zoeken in de Parkse Gaard?

Paaseieren zoeken gebeurde in het Paasweekend overal, maar niet in een voedselbos. Daar zijn het andere (roof)dieren die eieren zoeken. Een kapot eendenei zag ik 2e paasdag als stille getuige liggen tussen de brandnetels.

Het is voor steenmarters, vossen en ratten het hele voorjaar eierzoektijd, gevolgd door jonge-vogeltjeszoektijd. Net als voor eksters waarvan er opvallend veel in de elzen zitten en zelfs laag tussen de struiken door scheren. De torenvalk voedt zijn eigen jonkies ook met kleine vogeltjes. En katten verlaten hun voerbakje om hier voor hun plezier een vogeltje te bemachtigen.

Niet voor niets leggen vogels ieder jaar een nest vol eieren. Dit vergroot de kans dat er jonkies zullen overleven en uitvliegen. Dat ze op het menu staan van andere dieren is de gang van zaken in de natuur. Zo kunnen vele soorten dieren overleven, met elkaar en door elkaar. Zolang wij mensen tenminste niet zorgen voor onnodig verstoring. Door vogels die op een nest zitten te verschrikken, vliegen ze op, verliezen daardoor energie die ze hard nodig hebben in de zware broedtijd en bij het voederen daarna, de eieren worden koud en liggen tijdje onbeschermd. Er gaat dus van alles mis. Daarom is De Parkse Gaard gesloten voor wandelaars in het broedseizoen, tot eind juli. Alleen beheerders kunnen er wel in (huiskatten zouden zich trouwens ook best aan de sluiting in het broedseizoen mogen houden).