Dweilen met de kraan open

We hebben altijd de mond over het belang van meer biodiversiteit in het voedselbos. Maar niet elke nieuwe soort is welkom, blijkt als we de Amerikaanse rivierkreeft aantreffen.

Bij een recente excursie met kinderen, werd naar waterdiertjes gezocht onder leiding van  bioloog Gerrit Jan Roelofsen,  specialist in waterleven. Hij schepte uit onze poel minstens 20 Amerikaanse rivierkreeften op! ‘Bizar veel’ noemt hij zijn vangst

Exoot
Als er één ongewenste invasieve exoot is, dan is het wel de Amerikaanse rivierkreeft,  vooral de rode die bij ons talrijk was. Dit voorjaar zat er nog gekwaak in de poel, we zagen kikkerdril, er waren kleine water salamanders. In de loop van de zomer kwaakte er nog wat kikkers maar geen salamander meer te zien.  Waterplanten als waterweegbree en watertorkruid zijn verdwenen. Het is nu dus duidelijk hoe dat komt.
Een manier om ze te bestrijden is de ene wat steile poelkant af te vlakken. Want daar maken ze nesten in.
Maar het is dweilen met de kraan open volgens Gerrit Jan. Vanuit de watergang naast ons, die in verbinding staat met de Linge, lopen ze parmantig op hun achterpoten naar ons toe.

Dweilen
Kikkers en salamanders werken mee aan een natuurlijk evenwicht doordat ze slakken eten en vliegen, muggen en tal van andere insecten. De Amerikaanse rivierkreeft vreet bijna alles wat los en vast zit, verknipt waterplanten en woelt de bodem om. Er  kan nauwelijks nog wat anders blijven leven.
Als dweilen geen zin heeft, wat dan???  Roeien met de riemen die je hebt. Reigers en ratten lusten wel een Amerikaanse rivierkreeft en zijn ook te zien bij onze poel. Ook mensen schijnen deze kreeften wel te lusten overigens maar in die richitng zoeken we niet onze oplossing.

Larven

We hebben er weer enkele voor ons nieuwe insecten in het voedselbos .

De ene is de akkerdistelgalboorvlieg. Bewust heb ik er nog nooit een gezien, maar de gal wel. Dit dikke ‘gezwel’ aan de distelstengel wordt gevormd door de plant zelf om de eitjes heen.

De larfjes die er in groeien vliegen pas komende zomer rond als vliegjes van een halve centimeter groot. Die zie je niet snel ook al zijn ze onwaarschijnlijk mooi, zoals veel insecten als je ze goed bekijkt. Ze komen overal in Nederland voor. De gal is een natuurlijke afremmer van de groei van distels, die wel eens dominant willen worden,  want ze kosten de plant energie. Bovendien bieden ze vogels in de winter voedsel. Niet elk larfje zal het redden om een vliegje te worden.

Een andere larf die deze zomer opdook, is de pruimenmot. In de wat later rijpende pruimen zaten ze volop. Landelijk schijnt het een goed jaar te zijn voor deze mot. Ook dit insect ken ik alleen als larf maar het motje zelf onderscheidt  zich volgens foto’s niet van veel andere grauwe motjes. We hopen dat de vogels deze larfjes zullen weten te vinden, en ruimen de gevallen pruimen op om de levenscyclus te doorbreken.

Een toename van de biodiversiteit, van meer levende soorten, is belangrijk. Het helpt een evenwichtiger natuurlijk systeem te krijgen, waaraan we zelf ook een beetje meewerken.

Akkerdistelgal

Eieren zoeken in de Parkse Gaard?

Paaseieren zoeken gebeurde in het Paasweekend overal, maar niet in een voedselbos. Daar zijn het andere (roof)dieren die eieren zoeken. Een kapot eendenei zag ik 2e paasdag als stille getuige liggen tussen de brandnetels.

Het is voor steenmarters, vossen en ratten het hele voorjaar eierzoektijd, gevolgd door jonge-vogeltjeszoektijd. Net als voor eksters waarvan er opvallend veel in de elzen zitten en zelfs laag tussen de struiken door scheren. De torenvalk voedt zijn eigen jonkies ook met kleine vogeltjes. En katten verlaten hun voerbakje om hier voor hun plezier een vogeltje te bemachtigen.

Niet voor niets leggen vogels ieder jaar een nest vol eieren. Dit vergroot de kans dat er jonkies zullen overleven en uitvliegen. Dat ze op het menu staan van andere dieren is de gang van zaken in de natuur. Zo kunnen vele soorten dieren overleven, met elkaar en door elkaar. Zolang wij mensen tenminste niet zorgen voor onnodig verstoring. Door vogels die op een nest zitten te verschrikken, vliegen ze op, verliezen daardoor energie die ze hard nodig hebben in de zware broedtijd en bij het voederen daarna, de eieren worden koud en liggen tijdje onbeschermd. Er gaat dus van alles mis. Daarom is De Parkse Gaard gesloten voor wandelaars in het broedseizoen, tot eind juli. Alleen beheerders kunnen er wel in (huiskatten zouden zich trouwens ook best aan de sluiting in het broedseizoen mogen houden).